De tranen staan in haar ogen. Ze wil antwoorden op mijn vraag waarvoor ze komt, maar ze kan het niet verwoorden. Alleen de gedachte al dat ze het uit moet spreken. De last op haar schouders, de pijn, zo heftig dat alleen haar tranen nog kunnen spreken. “We gaan het anders doen”, zeg ik. “Als je het goed vindt gaan we dit gesprek starten via jouw gevoel…”

Op mijn verzoek scant ze met gesloten ogen haar lijf. Op de vraag welk stuk van haar op dit moment om aandacht vraagt, zegt ze met een vertrokken gezicht: “Ik voel een enorme druk op mijn borst”. Als ze haar aandacht verder naar haar borst brengt, wil ze er het liefste van weg. Ze opent angstig haar ogen en zegt dat ze het niet kan. Niet wil, Niet durft. Ik stel haar gerust. Ze stemt in met mijn verdere begeleiding en sluit opnieuw haar ogen. Niet veel later vertelt ze met tranen over haar wangen dat ze vanwege borstkanker, zo enorm bang is om afscheid te moeten nemen van haar borst. Nadat ze aandacht geeft aan deze druk, aan dit verdriet en zichzelf toestaat dit heel ingewikkeld te vinden, neemt de druk langzaam af. Door steeds weg te willen van de pijn, namen de druk in borst, nek en schouders alleen maar toe. Nu kreeg het aandacht en volgde afname van haar klachten. Ter plekke.

Alles in ons systeem is erop gericht om geen pijn te hoeven voelen. Geen verdriet. Geen angst. Geen onzekerheid…. En steeds wanneer we dat ervaren, zal ons systeem ons helpen om ervan weg te gaan. Uiterst nuttig en enorm efficiënt. Althans… zo lijkt het. Ons hoofd vertelt ons: dit gevoel wil ik niet. Dit kan niet waar zijn. Ik WIL iets anders. In de overtuiging dat als je maar lang genoeg blijft roepen dat je iets anders WILT, of dat er iets anders MOET KOMEN, als je maar hard genoeg schreeuwt, dat het dan wel zal veranderen. Of dat we iets moeten gaan DOEN. In de actie om het negatieve gevoel door iets anders te vervangen. En vaak werkt dit ook. Kort. De pijn, het verdriet, de onzekerheid blijft en komt op een ander moment weer net zo hard terug.

Door er steeds van weg te gaan, erkennen we eigenlijk niet wat er IS. We willen iets anders dan er IS. Ik wil geen onzekerheid, maar er is onzekerheid. Ik wil geen verdriet, maar er is verdriet. Ik wil geen pijn, maar er IS pijn… Iedere keer door jezelf te vertellen dat je iets anders wilt dan wat er is, vertel je jezelf eigenlijk een leugen. Je lijf weet en voelt dat. Hoe voelt het wanneer er een leugen tegen jou verteld wordt? Iedere dag sta je op met de gedachte dat er geen pijn meer moet zijn, maar je weet dat er pijn is… Hoeveel weerstand denk je dat dát geeft? Hoeveel energie denk je dat het kost om deze leugen in stand te houden?

De weg naar een gezond lijf en een gezonde geest gaat niet via het alleen maar toepassen van “happy meditation” en “positive thinking”. Die weg gaat via de pijn. De pijn te durven zien, te voelen en te erkennen. En jezelf toe te staan situaties en gevoelens lastig te vinden. Vanuit die plek kan je leren aanvaarden en accepteren. Kan je stoppen met vechten. Ik noem dit de Pijn Paradox. Door naar de pijn toe te gaan, haar in de ogen te kijken en te dealen met wat er IS, krijgt ze de mogelijkheid om te verdunnen en op te lossen. Hoe denk je dat je lijf daarop gaat reageren?